Bredevoort

In Breedevoort woonde tussen 1650 en 1700 Derck Gerritsz. van Veelen met zijn gezin. Hij was koster van de Protestantse Kerk. Toen zijn eerste huwelijk ingeschreven werd in het trouwboek van Breedevoort werd niet vermeld waar hij geboren was. Er staat alleen dat hij jongman (ongetrouwd) en koster van deze kerk was. Hij is wellicht in Breedevoort geboren. Daar woonde in 1635 Gerrit van Velen. Dat zou zijn vader geweest kunnen zijn. Eerder in 1610 en 1621 had Jurrien van Veelen een huis in Breedevoort. Dat zou de grootvader van Derck van Veelen geweest kunnen zijn.

1. JURRIEN VAN  VEELEN
Hij was getrouwd met  ENNEKEN MENNEKINCK. Zij is overleden na 10 april 1629. Hij was bakker van beroep.

1610 Jurrien van Veelen en Enneken Mennekinck, eheluiden, zijn schuldig aan Jacobus Bruninck en Alijth, sijner huijsfr., 45 daler.
(ORA Bredevoort 0136 nr. 72 bl 69).

Jurrien van Velen komt voor op lijsten van inwoners van Bredevoort uit het begin van de zeventiende eeuw in verband met de brandweer en de verdeling van verschillende kosten:
1611 bijdrage in de kosten van reparatie van de beide putten: Jurrien van Velen 15 stuiver.
1614 bijdrage in de serviesgelden: Jurrien van Velen 15 stuiver.
1616 bijdrage in de kosten voor het herstel van de putten: Jurrien van Veelen en Jan Dreijer 10 stuiver.
1620 aantal leren brandemmers dat iedere bewoner moet bezitten: Jurrien van Veelen 2 emmers.
1627 bijdrage in de kosten van de sauvegarde: Jurrien van Veelen 1 daler en Geerdt van Velen 2 daler.
In een lijst van het jaar 1635 van de geïnspecteerde haardsteden, schoorstenen, kachelovers etc. komt Jurrien van Velen niet meer voor. Wel Gerrit van Velen.
In de lijsten van 1611 tot 1627 staan de bewoners in eenzelfde volgorde. Jurrien van Velen behoort thuis in het vijfde rot met als rotmeester Bastiaen Crijchsman. Naast Jurrien van Velen woonden aan de ene kant: Adam Hermsen (1611, 1614), Adam Hermsen en Abraham Almerinck (1616), Thonys van den Berg en Joist Pijper (1620), Jan Grim (1627). Aan de andere kant woonden: Isaac Betten (1611), Isaac Rotgers (1614 en 1616), Isaac Betten weduwe (1620), Bernt ten Hietbrinck (1627).
23 april 1621. Schuldbrief. van Jurrien van Veelen en Enneken Menekinck, eheluijden. Zij zijn schuldig aan Marten Wissinck en Stijne, eheluijden, 50 daler, en zijn schuldig aan Henrick ter Lobeck en Griete, sijne huijsfrouwe, 50  daler met als onderpand hun huis en hof binnen Bredeforth.
(RA Bredevoort toegang 0136 nr. 394 fol 282)

Jurrien van Velen heeft in 1620 een testament laten maken dat bewaard gebleven is. Hij was toen “etwas kranck van lijve, dannoch goeden Vernunffts und verstandts, so an hem te sien und horen was”. Het bevat de volgende zaken: Hij heeft ongeveer een maand voor het opmaken van het testament zijn huisvrouw en zoon vrij gekocht van een verplichting. Hij heeft daarvoor zestien rijksdaalders betaald aan Ottho Volmer als ambtman van Vreden. Hij had drie stukken land  van het goed Menekinck in pandschap voor het bedrag van 179 daler op 28 mei 1577 en 4 december 1605 ingeschreven in het protocol.   Jan Moller had hem honderd daler verstrekt in verband met het gebruik van de kamer in het huis van Jurrien van Velen. Op Pinksteren 1621 zal dit bedrag terugbetaald worden en de kamer weer vrij zijn.
Jurrien was aan Lubbert Brussen 16 daler schuldig met schuldbekentenis.
De “gemeinen armen” hadden hem 25 daler geleend met onderpand zijn huis. Als tegenprestatie bakte hij voor de armen brood. Hij was de armen van Winterswijk 50 daler schuldig, 25 daler met als onderpand zijn huis in Bredevoort en 25 daler met als onderpand een stuk land op Menekinck, de “Hanewende” geheten. Deze 50 daler waren afkomstig van een boete die opgelegd was, omdat de overleden Willem Menekinck aan Jan Wissinck een doodslag begaan had. Hij was Alijt Nelken 40 daler schuldig met als onderpand zijn huis. Aan Albert te Boeckenhorst was hij 38 daler schuldig vanwege Johan Selckinck. (Heerlijkheid Bredevoort, prot.vol. 1620 fol. 11).

2. GERRIT VAN VEELEN
Hij was getrouwd met WILLEM(KEN) ROTGERS, dochter van Rotger N.N. en Fenneken.

Op 2 maart 1636 verkopen Egbert Rotgers, getrouwd met Truijken Pop(pinck), Gerrit van Vehlen, getrouwd met Willem(ken) Rotgers en Cornelis Post, getrouwd met Trijnken Rotgers aan hun stiefvader Mr. Henrick ten Poll, getrouwd met Fenneken, een huis en hof binnen Aalten naast Hillebrandt Smidts huis en hof en aan de andere kant naast een stuk land van van de Vicarije. Dit huis en hof hadden zij voor een deel geërfd van hun ouders. Het huis was belast met 9 stuivers t.b.v. de Vicarie Sanctae Crucis en Helena(e).
(Protocol van cessiën en transporten van stad en ambt Bredevoort).

Cornelis Post  komt meer voor in dat protocol. Zijn vrouw heet dan Trijnken Kuijpers. Het is dus mogelijk, dat de vader van Willem(ken) Rotgers Rotger Kuijper heette en dat hij kuiper was.

Heertsteden in Bredevoort 1635
Gerrit van Velen 1 schorstein en 1 bachoven tot neringe. Hij was dus wellicht bakker.

3. DERCK GERRITSZ VAN VEELEN

Hij was koster van de Gereformeerde Kerk te Breedevoort. Hij had die functie al in februari 1653, wanneer Derck Gerritsen Koster optreedt als getuige bij de doop van Jochum, zoon van Jan Wolts en Walbrich Salmons. In 1650 was Jan ten Pas nog koster in Breedevoort (verpondingskohier).
Hij liet in februari 1663 de geboden stuiten van Jan Janssen Segers j.m. van Calcar en Janneken Pijper, j.d. van Bredevoort “doch daerna veraccordeert voor 9 rijcxd”. Kennelijk had Janneken Pijper een trouwbelofte gedaan aan Derck Gerritsen en werd dat afgekocht met een bedrag in geld.
Hij trouwde oktober 1663 te Breedevoort met BERENTJEN EECKELKAMP, j.d. van Breedevoort.
Zij lieten dopen te Breedevoort (Geref.):

GERRIT JAN, mei 1664 (doopgetuigen: Gerrit ten Pasz, Jurgen de Bree, Geesken ten Vilk en  Jenniken Post)

PETERNELLA, november 1666 (doopgetuigen: Berent Eckervelts huijsvr. gnt Anneken Tenhage, Elijsabeth Nijhoff en Frans van den Berge)

GERRITJEN, januari 1671

Derck Gerritsen van Veelen, wed. van Beerentjen Eekelkamp, coster van de Geref. kerck alhier, hertrouwde juli1673 te Breedevoort met HENDERSKENTERHUNNEPE, j.d.ook alhier. Henderske ter Hunnepe heet ook Henderske Baen (doop maart 1674) en Hendersken ter Hunnepe ijnt Baen (doop nov 1678).
Zij lieten dopen te Breedevoort (Geref.):

BERENT, april 1674 (doopgetuigen Jan Baen, Gerrit ten Pasz en Dercksken Brussen).

JANNA MARIA, aug 1675 (doopgetuigen Elszken Ruessink, Janna Maria Kalff, Arent ter Hunnep)

ENGELBERT, november 1678 (geen doopgetuigen)

WILLEMIJN, 19 mei 1682 (geen doopgetuigen)

Hieronder staan enkele gegevens over de doopgetuigen:
Gerrit ten Pasz.
Jurgen de/van Bree, j.m. van Doesborch otr okt 1660 te Bredevoort Elsken Ruijsdinck, j.d. van Bredevoort; gecopuleert tot Doesborch.
Geesken ten Vilk.
Jenniken Post. Berentt Krijgsman, j.m. van Bredevoort otr. mei 1662 te Bredevoort met Janneken Post, j.d. van Anholt.
Jenneken Post, wed. van Berent Krijghsman otr. te Bredevoort Berent Jegers, wed. van Geertruijt Schoenmakers, beijde won. te Bredevoort. Copulati hoc in loco.
Anneken ten Hage, huisvrouw van Berent Eckervelt, ouderling.
Berent Eckervelt, ouderlinck alhier ende wedeman van zal Aeltien Keijsers otr sep 1657 te Bredevoort met Anneken ten Hage, weduwe van zal. Tilman ten Hage, olderlinck en kerckmr. bevestight van den predicant van Aelten.
Elijsabeth Nijhoff is de vrouw van Johannes Verschage, predikant te Bredevoort.
Frans van den Berge, wed van zal. Geertruijt van Zellem otr april 1669 te Bredevoort Janneken Berentsen, j.d. van Reesz, alhier woonachtich.
Jan Baen.
Dercksken Brussen, wed. van Jan Haeffkens / Hooffkens, van Bredevoort, otr aug 1660 te Bredevoort Jacob Evers j.m. van Bredevoort; bevestight tot Lichtenvoorde.
Elszken Ruessink, zie Jurgen de Bree.
Janna Maria Kalff.
Arent ter Hunnep.
In het verpondingskohier van de stad Bredevoort van het jaar 1650 staat op de naam van de koster Jan ten Pas: een huijs gehoorende tot de costerije memorie een haeffken oock tot die costerije gehoorende omtrent een spint geseijs 3 – 0 – 0  noch een hoff landts tot die kerck gehoorende  van een spint geseijs 3 – 0 – 0.
Wellicht heeft Derck Gerritsen van Veelen in hetzelfde huis gewoond en hetzelfde land bebouwd.

Winterswijk
Bernt van Velen (hij woonde te Velen en was getrouwd met Fye van den Zwanenborch) kocht op 10 januari 1420 van Herman van Zenden een burgleen te Bredevoort en enkele andere goederen. Dat burgleen bestond uit de belening met een stuk grond en de verplichting tot militaire verdediging van de burcht te Bredevoort. Het stuk grond was het goed Rensinck in het kerspel Winterswijk buurtschap Miste (arch. Landsberg-Velen. dep. Velen oork. nr. 39).


Doetinchem
Aangenomen of binnengekomen op 1 okt. 1626 te Doetinchem uit Boeckholt:
Dorrithea Witten, de huisfrouwe van Brandt van Velen.
Aangenomen of binnengekomen op 25 dec. 1627 Brandt van Velen ut Boeckholt. Wellicht is hij dezelfde die genoemd wordt in het oud-archief van het Bornhof te Zutphen (B 848 bl 36) (het Bornhof is een oudemannen- en -vrouwenhuis).

Anno 1638 den 6. Octob is int huijs ingecommen Brandt van Veelen bij Borken omtrent (het Bornhof is een oudemannen- en -vrouwenhuis).