Doesburg

Familie Van Veelen te Doesburg

A. Omstreeks 1640 wonen er in Doesburg en directe omgeving Teunis, Gerrit en Eva van Veelen, die zeer waarschijnlijk leden van hetzelfde gezin zijn. Wie hun ouders waren is mij niet bekend. Het ligt voor de hand dat die ouders ook in Doesburg of omgeving gewoond hebben. Alleen Teunis en Gerrit hadden kinderen.
Zij hadden voor zover bekend rond 1700 geen nageslacht meer met de naam Van Veelen.

Eva van Veelen trouwde met Wijchert Schinckemeijer, weduwnaar van Ders Jacobs. Hij was voerman van beroep. Hij had een vervoersbedrijf. Hij is overleden voor 24 juli 1646. Dan levert Eefken van Veellen, weduwe Schinckemeijer staet en inventaris van de boedel in (R.A. Doesburg nr 1589).
Het onroerend goed van het echtpaar bestond uit een ‘huys met hoff alhier aen de Press’, waar zij woonden en waar Wijchert Schinckemeijer ook overleden is. Bij de andere goederen werden genoend ‘drie peerden, een voelen soo vercoft is, twee koen, een tweejarige viers, een dwinter stierken, een vercken, een waegen met zijn toebehoor, een ploegh met sijn toebehoor, een egh met ijsere, en twee met holte tanden’.
Wijchert Schinckemeijer had naast zijn vervoersbedrijf kennelijk ook nog een (klein) landbouwbedrijf.

Verder werden genoemd Gerrit van Veellen die een vordering heeft op de boedel van 100 gulden voor zijn arbeid, waarvan  hij ƒ 17,- ontvangen heeft (blijft ƒ 83,-) en Tonnis van Veelen die twee vorderingen heeft van 8 gulden en 4 gulden 10 stuivers in verband met verrichte vervoerswerkzaamheden.

Nog werden genoemd Aelt en zijn huisvrouw, die erfgenamen waren van de eerste vrouw van Wijchert Schinckemeijer. Deze Aelt zal zijn Aelt Cornelissen die getrouwd was met Jenneken Aerts, de moeder van Catharina Coerts. Jenneken Aerts was in eerste huwelijk waarschijnlijk getrouwd met Coert Jacobs, want op 11 september 1655 kocht Trientien Coerts van haar stiefvader en haar moeder, Aelt Cornelissen en Jenneken Aerts, een vierde deel van huis en hof van de overleden Schinkemeijer, gelegen aan de Pres naast de hof van weduwe Wetters en een weg.

Op 16 februari 1655 maakte Eva van Veelen, weduwe Schinckemeijer, een testament. Zij bestemt een legaat voor Catharina Coerts, namelijk de helft van de kamer ter oostwaarts aan het huis waar zij woont, naast de hof van de weduwe Wetters aan de Pres. Sterft Catharina zonder lijfserven, dan komt dit legaat weer in de boedel.
Deze Catharina Coerts trouwde met Derck Jansen. Zij verbonden op 23 november 1664 wegens een schuld van ƒ 161,-  aan Gerhardt van Velen, hun helft van huis en hof aan de Pres tussen de hof van weduwe Wetters en de weg naar de gemeentehoven.
Uit de verpondingskohieren van Doesburg (de kohieren van de belasting op huizen)
(stadsarchief Doesburg nrs 772,774 en 775) blijkt, dat het huis van Eva van Veelen voor de helft geërfd is door Catharina Coerts en Derck Jansen (Visser of Wever) en voor de helft door Gerrit van Veelen en Engel Worms. Dit is een aanwijzing, dat Gerrit en Teunis van Veelen broers waren van Eva van Veelen.
Engel Worms was getrouwd met de weduwe van Jacob Teunissen van Veelen (zie hieronder bij Teunis van Veelen.

Gerrit van Veelen was militair. Hij staat vermeld op de monsterrol van de compagnie van de Heer Renesse, commandeur te Doesburg (stadsarchief Doesburg inv. no 1576 bl 8).
Hij kocht op 25 februari 1646 van Jan Null, sergeant kolonel van gouverneur Renesse, een huis en hof tegenover de Geweldiger, naast het kerkhof van het kleine convent aan de ene kant en het huis van Jan van Voorst een de andere kant. Het huis was belast met een halve daalder per jaar aan de stad te betalen op
St. Andreas (het huis lag in de Nieuwstraat aan de Westkant).
Het huis werd in de verpondingskohieren een ‘huijsken met een kleijn hoofken’ genoemd. Gerrit van Veelen is, voor zover bekend, niet getrouwd geweest.
Wel liet hij samen met Janneke Brants hun onechte kind dopen op 1 december 1652.
Het kind werd Gerrit genoemd. Van het kind is verder niets bekend.

Gerrit van Veelen betaalde in 1677 nog belasting over zijn huis. In het kohier van 1696 staat vermeld, dat dit huis gekocht is door Alef Boon. Het huis heet dan nog steeds Gerrit van Veelens huis, maar in de kohieren blijft de naam van een huis nog wel eens gehandhaafd, ook al is de bewoner naar wie het huis genoemd wordt, al overleden.

Op 28 april 1680 cedeert Gerrit van Veelen als donatio inter vivos (hij geeft weg bij zijn leven) aan
Jac. de Groot en diens vrouw Agnes van Oye wegens betoonde vriendschap drie obligaties:
a. een obligatie van ƒ 385,- ten laste van Gerrit van Holtendorp dd. 1656,
b. een obligatie van ƒ 200,- ten laste van de erven van burgemeester Hendrik Tamelinck dd. 9 februari 1657,
c. een obligatie van ƒ 161,- ten laste van Derck Jansen en Trijntje Coerts dd. 23 november 1664 (deze obligatie staat hierboven aangegeven).
Jacob de Groot betaalde ook op 17 juni 1677 de belasting van een vierde deel van het huis dat bezit was geweest van Eva van Veelen.
Kennelijk is Gerrit van Veelen aan het eind van zijn leven verzorgd door Jacob de Groot en Agnes van Oye en heeft hij aan hen zijn bezit nagelaten.

Teunis van Veelen was getrouwd met Grietje. Zij wordt Grietje  op Bingaerden genoemd.
Zij woonden op de boerderij Bingaerden die bij het huis Bingerden behoorde.

Zij lieten dopen te Angerlo:
Esther, 14 januari 1638,
Arent, 12 mei 1639.
Zij hadden kennelijk ook een zoon Jacob, die Jacob Teunissen van Velen genoemd werd (zie hieronder).
Op 10 september 1637 werd Tonnis van Velen lidmaat van de Geref. Kerk te Angerlo. Zijn vrouw Grietje was al lidmaat in 1636.

Teunis van Veelen staat vermeld als getuige bij de doop van Lutgert, kind van Gerrit Schildering en Fenne Gerrits, dat gedoopt werd te Doesburg op 3 juli 1636 (de twee andere getuigen waren Annelie Steevens en Stijn van Verschevelt).
Een zoon van Teunis van Veelen en Grietje is hoogstwaarschijnlijk Jacob Teunissen van Velen. Hij was getrouwd met Helena Jacobs Varenborch, dochter van Jacob Varenborch en  Margaretha Bogers.

Zij lieten dopen te Doesburg:
Tonis, 24 mei 1668,
Jacobus, 9 november 1670.

Jacob Teunissen van Velen werd burger te Doesburg op 16 oktober 1668.
Hij is overleden voor 24 mei 1674. Helena Varenborch is hertrouwd met Engel Worms, zoon van Evert Worms en Eva Conens / Convents. Hij was weduwnaar van Anna Jansen en meester schoenmaker te Doesburg. Zij lieten op 24 mei 1674 te Doesburg een zoon Evert dopen.
Jacob Worms bezit later een vierde deel van het huis dat bezit is geweest van Eva van Veelen. Kennelijk heeft Helena Varenborch dit deel geërfd van haar eerste man Jacob Teunissen van Veelen.

B. Een andere interessante figuur in het archief van de stad Doesburg is Bernt Dunnebrinck. Hij was waarschijnlijk afkomstig van het dorp Velen en hij had een nicht (de dochter van zijn zuster) die met
Hendrik van Velen getrouwd was.

Bernt Dunnebrinck was in zijn eerste huwelijk getrouwd met Hilleke van Zutphen. Zij is overleden 18 augustus 1611 te Doesburg en is begraven in de kerk te Doesburg. De steen op haar graf ligt daar nog steeds.
Bernt Dunnebrinck is hertrouwd met Geertje Everwijns. Zij was waarschijnlijk de weduwe van Johan Spronck. Huwelijkse voorwaarden werden opgesteld dd. 30 oktober 1611 (zie Richterambt Doesburg 99 dd.
7 december 1633).

Bernt Dunnebrinck had geen kinderen. Zijn erfenis ging naar zijn familieleden.
Er waren twaalf personen die erfden (17 december 1633):
1. Jan Seeckbroeck, wonend in Velen,
2. Enneke Seeckbroeck, vrouw van Dries Honneveldt, wonend in Woldtvelen (een buurtschap onder Velen),
3. Wessel Dunnebrinck, wonend in Noortvelen (eveneens een buurtschap onder Velen),
4. Geert Middendorp, wonend in Noortvelen,
5. Jenneke Nijenhauss, getrouwd met Hendrik van Velen,
6. Evertgen Nijenhauss, getrouwd met Hendrick Schekingh,
7. Hendrik Middeldorp,
8. Lambert Engelen (hij is zoon van Engelbert Gerritsen en  Aaltje Dunnebrinck, een zuster van Bernt),
9. Simon Sha, ruiter onder de compagnie van Robbert Honniwood en getrouwd met Jenneken Dunnebrinck, weduwe van N.N. Beuckman,
10. Arent Aertsen van Elborch, getrouwd met Aeltgen Jansen,
11. Toenis de Riet te Coesfelt,
12. Willem Jansen, burger van Doesburg en  getrouwd met Geesken Heijnen, weduwe van Harmen Zegerse Muller.
Ieder van deze twaalf personen erfde een twaalfde deel.

Hendrik van Velen, getrouwd met Jenneke Nijenhaus, is waarschijnlijk de zwager van Hendrick Schekingh. Jenneke en Evertge Nijenhaus zijn waarschijnlijk dochters van N.N. Nijenhaus, die met een zuster van Bernt Dunnebrinck getrouwd was.

Hendrik van Velen en Hendrick Schekingh hebben hun aandelen in de erfenis van Bernt Dunnbrinck samen met Jan en Enneken Seekbroeck (nrs 1 en 2) en Wessel Dunnebrinck en  Geert Middendorp (nrs 3 en 4) verkocht aan Willem Jansen (nr. 12) die handelde uit naam van nrs. 7 tot en met 11. Ieder aandeel werd verkocht voor ƒ 100,- (22 april 1634).

Deze Bernt Dunnebrinck had nog een contact met de familie Van Velen. Hij komt ook voor in het archief van de stad Deventer.
Op 3 oktober 1604 verklaarden Lambert Coster van Heijden en Berendt ten Donnebrinck, burger te Doesburg, ook namens hun huisvrouwen  Anna en Hilleken, dat zij uit handen van Derck Bobbe en  Engbert van Neill, als executeuren van het testament van de overleden Hilleken Hilligerbrincks van Velen, hun aandeel in de erfenis ontvangen hebben (Stadsarchief Deventer att. bl. 306).
Deze Hilleken Hilligerbrincks van Velen is waarschijnlijk dezelfde als Joffer Hilleken Velen die als getuige optreedt op 1 juni 1587 te Deventer. Uit haar verklaring blijkt, dat zij in 1584 in huis woonde bij Enneken, weduwe van Rembolt Vaszbender in de Assenstraat. Zij treedt als getuige op voor Bertha Costers, weduwe van Borchard van Averenck die een schuld had afgelost, maar haar schuldbekentenis niet teruggekregen had.
Het lijkt mij, dat Anna en Hilleken de vrouwen van Lambert Coster en Berend Dunnebrinck zusters waren en familieleden van Hilleken van Velen.
Wat de naam Hilligerbrincks te betekenen heeft is niet bekend.

C. Verder komt in het archief van Doesburg voor Bernd van Velen. Op 4 maart 1625 werd een contract opgemaakt tussen Bernt van Velen, erfgenaam van zijn halfbroer, de overleden Jan van Oldenrae, en Grietgen van Oldenhaeve, weduwe van Jan van Oldenrae. Bernt van Velen werd uitgekocht met 600 dlr.
Deze Bernd van Velen komt ook voor in het R.A. Kleefse enclaves inv. nr. 1848 fol. 17.
Op 7 oktober 1624 liet hij beslag leggen op de helft van de bezittingen van zijn halfbroer Jan van Oldenra of Aldenrat, bestaande in een aantal landerijen gelegen onder Wehl. Deze aktie heeft kennelijk geresulteerd in de bovengenoemde schikking op 4 maart 1625. In de akte van Wehl wordt hij Bernd van Vehlen of van Wehl genoemd Hij komt dus ook voor onder de naam Bernd van Wehl. Het is waarschijnlijk, dat zijn vader ook in Wehl gewoond heeft. De moeder van Bernd van Velen is tweemaal getrouwd. Het is niet duidelijk of Bernd van Velen uit haar eerste of haar tweede huwelijk stamt.

Van Grietgen van Oldenhaeve, weduwe van Jan van Oldenrae,  is iets meer bekend. Zij liet op 25 oktober 1633 te Doesburg een testament maken. Zij liet haar bezittingen na aan haar neven (kinderen van haar zusters) Derck Roesinck, Coenraet van Berchem en Peter van Diem. Die zullen ieder een derde deel erven, met de verplichting een bedrag uit te keren aan haar zuster Jenneken van Oldenhaeve, vrouw van Derck van Diem.