Eerbeek 1

In Eerbeek woonde Henrick Henricksen van Vehlen (EA 1). Hij was rentmeester van het huis Eerbeek.
Op 13 maart 1645 wordt hij “rentmeester van het graafschap Bronckhorst en van Eertbeeck” genoemd.
Hij was toen hulder van het halve goed Ten Levenstroet onder Ruurlo, namens Anna Margaretha Spies van Vrechen en Bodendorff, gravin-douairière van Limborch en Bronckhorst, vrouwe van Stirum (Register op de leenen van het Huis Bergh, bewerkt door Mr. A.P. van Schilfgaarde, Arnhem 1929).

Op 7 maart 1657 werd door Otto, graaf te Limborch en Bronckhorst, heer te Styrum, Wisch, Borculo en Gemen etc. een stuk ondertekend waarbij “de erentfeste Henrick Henricksen” tot rentmeester van het huis Eerbeek benoemd werd (arch. Huis Bronckhorst inv. nr. 224).
Het zal in 1645 en 1657 om dezelfde persoon Henrick Henricksen gaan, die voor 1657 ook al rentmeester van het Huis Eerbeek was, maar die wellicht geen schriftelijke aanstelling bezat. In 1657 was verduidelijking van de positie van de rentmeester noodzakelijk wegens de dreigende gedwongen verkoop van het huis Eerbeek en andere bezittingen ten behoeve van Everharda Valckenburg, weduwe van Wolter van der Steege.
Henrick Henricksen was aanwezig op de vergadering van de geërfden van Hall en Eerbeek op 13 april 1665. Hij vertegenwoordigde op die vergadering Jr Valckenborch, Helena Crejenfenger en de Heer Steenler. Ook op de vergadering van 23 juli 1667 was hij nog aanwezig (Markeboek van Hall en Eerbeek 1662 - 1776 fol. 7 r en 7v). In de vergadering van geërfden van Hall en Eerbeek dd. 21 mei 1684 was Monsr. Van der Mast aanwezig als rentmeester van de Graaf van Limburg-Stirum.
Als rentmeester van Eerbeek pachtte Henrick Henricksen het goed Wensinck te Eerbeek.

Kinderen van Henrick Henricksen van Vehlen zijn hoogstwaarschijnlijk:

A. CATHARINA. Zij trouwde in 1656 te Hall met Willem Jansen, jongman van Loenen. Catharina werd bij die gelegenheid in het trouwboek van Hall “Catrina Hendrix, Hendrick Hendricksz dochter van Eerbeek” genoemd. Willem Jansz. was op 15 februari 1657 waarschijnlijk de rentmeestersknecht (doopboek Hall).

B. SYBILLA. Zij trouwde in 1657 te Hall met Jan Henrickx, jongman van Ztphen. Zij woonden in Eerbeek.
Jan Henrickx, die ook Jan Hubertsz. genoemd wordt, was daar onderschout. Zij bezaten het herengoed Addinck te Eerbeek. Sybilla van Vehlen is hertrouwd op 12 november 1671 te Hall met Thonis Goossen, jongman van Eerbeek. Ook zij woonden in Eerbeek. en ook Thonis Goossen werd daar onderschout. Zowel uit haar eerste als uit haar tweede huwelijk had zij kinderen.
Sybilla, huisvrouw van Tonis Goessens nam deel aan de vergadering van geërfden van Hall en Eerbeek op
9 juni 1693. Zij is de enige vrouw die in de markeboeken genoemd wordt als deelnemer van een vergadering van geërfden.

C. AGNES. Zij trouwde in 1661 te Hall met Jan Jansz. Swarthoff, koster en schoolmeester te Hall. Jan Jansz. Swarthoff was in later jaren (substituut) ontvanger te Brummen. In zijn leven heeft hij heel wat bezittingen verzameld, zoals blijkt uit de verdeling van de erfenis door hun kinderen op 7 december 1720 te Hall: een papiermolen, meer dan vijftien boerderijen, minstens zes huizen, een dertigtal akkers, de halve Camper tiende en de Hallse tiende. Zij hadden een zevental kinderen. Agnes werd in haar latere leven Agnes van Vehlen genoemd.

D. JAN (EA 11). Hij is in 1647 in ondertrouw gegaan te Wesel (Willibrordi Traubuch S. 590) met Catharina Jansen. Hij werd bij die gelegenheid genoemd “Jan Hendriks van Vehlen, Jungmann, Reiter unter Siegmar Graf van Styrum”. Uit dit huwelijk is een zoon Jan geboren (E 111). Waar en wanneer hij gedoopt werd is vooralsnog niet bekend.

We komen Jan van Vehlen (EA 11) opnieuw tegen in het trouwboek van Hall. In 1655 werden ingeschreven:
“Jan Hendrix van Eerbeeck, ruyter tot Wesel en Lessijije Kockx van Arnhem; bevesticht den 6. May den 3. sond. nae paesschen”. Uit latere gegevens blijkt, dat de voornaam van zijn tweede vrouw Lucia was.
Het gezin verhuisde naar Zutphen, waar een zevental kinderen gedoopt werd:

JACOBUS, gedoopt 17 januari 1658.
GEESKEN, gedoopt 1 januari 1659.
ANTONI, gedoopt 3 april 1662.
ANNA CATHARINA, gedoopt 16 augustus 1663. Zij trouwde te Bleiswijk, ondertrouw te Leiden (Gerecht)
30 september 1711 met Jan Cornelisz. Zonne. Zij is begraven 23 december 1720 te Rotterdam.
GEERTRUIT, gedoopt 20 oktober 1665.
AELTJE, gedoopt 15 maart 1667.
AELTJE, gedoopt 23 maart 1668. Zij trouwde 6 juni 1695 te Leeuwarden met Hendrik Mellema en is begraven 5 maart 1706 te Amsterdam.

Van deze kinderen is er waarschijnlijk een aantal jong overleden. Volwassen werd in ieder geval een zoon Jan (EA 111) uit het eerste huwelijk en twee dochters uit het tweede huwelijk: Anna Catharina ( geb. 1663) en Aeltje (geb. 1668). Op 4 en 5 januari 1682 transporteerden deze drie een huis in de Halterstraat te Zutphen. Jan Hendriks van Vehlen en Lucia Kockx waren in 1692 waarschijnlijk al overleden.
Een bijzonderheid is dat dit gezin in Zutphen altijd de achternaam ‘Van Eertbeeck’ of ‘Van Aertbeeck’ gebruikt. Hun nakomelingen noemden zich in Zuid-Holland weer ‘Van Veelen’.
Zij waren in ieder geval in Eerbeek in dienst bij de familie van Limburg-Styrum.
Leden van die familie waren getrouwd met leden van de familie Von Vehlen uit Raesfeld in Westfalen.
Zo was Ferdinand Godfried, graaf van Velen en Megen (zoon van Alexander van Vehlen te Raesfeld en Alexandrina gravin van Amstenraedt te Huyn en Geleen) getrouwd met Anna Sophia Elisabeth, gravin van Limburg-Styrum en Bronckhorst (dochter van Herman Otto graaf van Limburg, Bronckhorst en Styrum en Anna Margaretha Spiesz von Büllestein zu Bodendorf), en Maria Isabella, gravin van Velen en Megen, de zuster van Ferdinand Godfried, was getrouwd met Adolf Ernst, graaf van Limburg-Styrum, Bronckhorst en Gemen.

Jan van Vehlen (E 111) trouwde 23 januari 1676 te Zutphen met Hilleke Berents, afkomstig van Ruurlo.
Jan van Vehlen werd in hun trouwboek “Jan van Erbeck, ruijter onder de graef van Flodorf” genoemd.
Zij woonden in Zutphen en lieten daar zes kinderen dopen:

CATHARINA, 8 augustus 1677.
JAN, 29 augustus 1679.
ANNEKE, 15 juni 1681.
CATHARINA, 19 oktober 1684.
ANNA CATHARINA, 30 november 1686.
Zij is waarschijnlijk te Katwijk overleden en daar begraven 29 november 1720.
BERNARDUS, 10 mei 1689 (EA 1111).

Bernardus van Veelen (EA 1111) trouwde in 1719 te Katwijk met Catharina van Duykeren, afkomstig van de Beemster (ook ondertrouw te ’s-Gravenhage 29 oktober 1719, Catharina van Duykeren woonde daar in 1719). Zij kregen voor zover bekend vijf kinderen:

WILLEM, gedoopt 8 september 1720 te Katwijk.
WILLEM, gedoopt 21 december 1721 te Katwijk. EA11111. Hij studeerde rechten aan de universiteit van Leiden. Hij was aanvankelijk advocaat te Leiden en later “Clercq ter secretarye van de Raad ter Admiraliteit op de Mase” te Rotterdam. Hij vertrekt met attestatie van Leiden naar Rotterdam 16 april 1758.
Mr. Willem van Veelen liet op 12 dec 1761 door Willem Scheerken, notaris te Leiden, een testament opmaken. Zijn enige en universele erfgenaam is zijn vader. Willem van Veelen is nooit getrouwd en werd begraven te Rotterdam, op 30 juni 1772.
HELENA MARIA, gedoopt 14 mei 1724 te Leimuiden.
HELENA MARIA, gedoopt 12 mei 1726 te Leimuiden.
ANNA CATHARINA, gedoopt 27 maart 1729 te Leimuiden.

Bernardus van Veelen was in dienst van Willem, baron van Lier, Heer van de beide Katwijken etc., die ook getuige was bij doop van de beide zonen Willem. Die zullen ook wel naar hem genoemd zijn.
Barend van Veelen werd op 4 januari 1723 aangesteld tot sluiswachter van het verlaat aan de Bilderdam met een wedde van ƒ 400,- en bovendien ƒ 50,- in plaats van een vrij huis. Later, toen hij in Leiden woonde, was hij vanaf 1731 bode van het Hoogheemraadschap Rijnland, een soort deurwaarder.
Baron Willem van Lier was … van het Hoogheemraadschap Rijnland en zal gezorgd hebben dat Bernardus van Veelen de genoemde functies kreeg.

Bernardus van Veelen heeft zijn vrouw en al zijn kinderen overleefd en was waarschijnlijk de laatste mannelijke nakomeling van Jan Hendriks van Eertbeeck. Hij liet verschillende testamenten maken:
a. op 10 juli 1772 te Rotterdam,
b. op 20 februari 1773 te Katwijk,
c. op 23 oktober 1774 te Katwijk.
Hij was 85 jaar oud in 1774.

Het was nogal moeilijk om de afstamming van Bernardus van Veelen (E 1111) terug te voeren op het gezin van Jan Hendricks van Eertbeeck te Zutphen. Dat dit toch werkelijk het geval is, blijkt uit het testament van een dochter van Jan Hendricks van Eertbeeck, nl. Anna Catharina. Zij woonde in Leiden en trouwde op latere leeftijd te Bleiswijk met Jan Cornelisz. Zonne (ondertrouw voor schepenen te Leiden op 30 september 1711). Zij woonden later in Rotterdam. Daar liet zij op 20 juli 1720 een testament maken. In dat testament wordt verwezen naar een erfenis die zij ooit gekregen heeft van Adriaen Pietersz. Temming, krachtens een testament dat op 11 juli 1700 gepasseerd is voor Anthony van der Meer, notaris te Mijdrecht. In dat testament heet zij Anna Catharina van Aerbeeck, dochter van Jan van Aerbeeck. In haar eigen testament heet zij Anna Jansdr. van Velen.
Verder blijkt uit dat testament, dat haar broeder Jan (E 111) haar halfbroer is en dat hij de vader is van Bernardus van Veelen (E 1111). Op 20 juli 1720 leefde ook Anna Catharina van Veelen nog, de zuster van Bernardus. Verder werden bedacht Lucia, Jan en Abigael Mellema, kinderen van haar zuster Aeltje.
Anna Jansdr. van Veelen heeft dit testament aangevuld en iets gewijzigd.
Zij is gestorven op 17 december 1720 te Rotterdam en begraven de 23e daaropvolgend.
De afwikkeling van de erfenis is te lezen in het protocol van notaris Levinus Silvergieter te Rotterdam
dd. 13 april 1721; dd 27 juni 1722 en dd. 13 juli 1725.

E. GERRIT, (EA 12). Op 31 maart 1700 trouwde te Loenen (op de Veluwe) Johannes Gerritsen van Veelen (jongman, zoon van Gerrit Hendriks van Velen) met Aaltje Bernds, jongedochter van Bernd Jansen, beide wonende te Loenen. De broer van Johannes was getuige.
Die broer was waarschijnlijk Evert Gerritsen van Veelen, die op 29 maart 1702 in hetzelfde Loenen trouwde met Geeske Toenissen, jongedochter van Toenis Hendricks, wonend te Loenen. Van Evert werd vermeld, dat hij de zoon was van Gerrit Hendricks van Veelen te Neerbos.

Waarschijnlijk is de vader van deze twee broers, Gerrit Hendriks van Veelen, dezelfde als Gerrit Rentmeester die ook Gerrit Hendrix genoemd wordt en getrouwd was met Grietje Jans. Zij lieten te Hall een aantal zonen dopen:
JAN, 12 januari 1668,
HENDRIK, 25 november 1670,
TEUNIS, 17 december 1671,
en wellicht
HENDRIK, 16 februari 1679,
EVERT, 27 februari 1681.